Eindelijk krijgt de Grebbelinie de aandacht die het verdient. Het is samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en Hadrian’s wall een cultuurhistorisch, militair historisch en landschappelijk bijzonder fenomeen. Een verdedigingswerk dat onlosmakelijk verbonden is met het landschap waarin het ligt omdat het gebruik maakt van juist de eigenaardigheden van dat landschap. In het geval van de Nederlandse linies werd het ingenieuze en complexe systeem van waterbeheersing (bedoeld ter wering en regulering van het water dan wel drooglegging) omgekeerd zodat het gebruikt werd als een systeem voor een snelle onderwater zetting van het land ter verdediging van de achterliggende steden.
Daarmee zijn de linies een ode aan het Nederlandse landschap. De Grebbelinie is in het geheel van verdedigingswerken bijzonder omdat het geheel uit aardwerken bestaat en, anders dan de anderen, ook daadwerkelijk gefunctioneerd heeft tijdens de tweede wereld oorlog.
De vraag is nu hoe deze linie van de Grebbeberg bij Rhenen tot de Eemmond bij Bunschoten Spakenburg herkenbaar, beleefbaar en begaanbaar gemaakt kan worden. Daar zijn al een aantal studies naar gedaan. Deze studie is geen herhaling daarvan maar een voortzetting waarbij in eerste instantie wordt gekeken naar de landschappelijke inpassing en inrichting van het belangrijkste ‘aardwerk’, het Fort aan de Buursteeg op de grens van Renswoude en Veenendaal, om van daaruit richtlijnen te ontwikkelen voor de inrichting van de overige werken zonder de diversiteit aan mogelijke inrichtingen van elk individueel werk nodeloos te beperken.





